
Mijn proefschrift richt zich op twee centrale vragen: wat zijn de vereisten voor het evalueren van de impact van onderzoek uitgevoerd door Nederlandse hogescholen, en hoe kunnen deze vereisten worden toegepast binnen de beleidsdoelstellingen van deze instellingen? Het doel is aanbevelingen te formuleren voor het evalueren van praktijkgericht onderzoek en deze te implementeren binnen het huidige beleids- en organisatielandschap, zodat de impact zichtbaar wordt.
De eerste fase van het onderzoek richtte zich op het identificeren van theoretische principes en criteria voor het beoordelen van de impact van praktijkgericht onderzoek. Hoewel de beschikbare literatuur hierover beperkt is, werd een brede analyse uitgevoerd, waarin onder meer transdisciplinaire en multidisciplinaire evaluaties, algemene literatuur over impactevaluatie en praktijkvoorbeelden binnen hogescholen werden betrokken. Het blijkt dat filosofische benaderingen, zoals de Realistic Evaluation en de Performative Evaluation, belangrijke inzichten geven en een solide basis vormen. Deze benaderingen richten zich respectievelijk op de context-mechanisme-output-impactconfiguratie en de bredere gevolgen van interacties tussen onderzoek en samenleving. Er wordt bovendien gepleit voor real-time formatieve evaluaties die leren en verbeteren bevorderen, in plaats van lineaire modellen die doelen, input, output en impact direct aan elkaar koppelen. Een coproductiebenadering, waarbij belanghebbenden vanaf de start betrokken worden, is essentieel. Hoewel modellen zoals ASIRPA, PIPA en Contribution Mapping nuttige uitgangspunten bieden, voldoen ze niet volledig aan alle aanbevelingen.
In het tweede deel van de studie werd onderzocht hoe rollen en functies binnen lectoraten worden ingevuld en hoe deze bijdragen aan de impact binnen de Kennisdriehoek (Knowledge Triangle: KT), die onderwijs, onderzoek en innovatie met elkaar verbindt. Een duidelijke afbakening van rollen en functies is van cruciaal belang om de kennisoverdracht binnen de KT te versterken. Beleidsmakers moeten ervoor zorgen dat verantwoordelijkheden niet afhankelijk zijn van slechts enkele leden van lectoraten, om kwetsbaarheid te voorkomen. Daarnaast is een formele beschrijving nodig van hoe onderzoek, praktijk en onderwijs met elkaar verbonden zijn. Uit de analyse kwamen twee belangrijke dimensies naar voren: connectiviteit, oftewel de betrokkenheid van lectoren bij netwerken, en inhoud, oftewel de focus van hun werk. Ook demografische factoren zoals leeftijd, geslacht en opleidingsniveau spelen een rol in hoe onderzoeksgroepen functioneren.
In het derde deel van de studie werden de strategische thema’s van hogescholen onderzocht, zoals gezondheid, duurzaamheid en creatieve industrieën. Hieruit bleek dat onderzoekers vaak moeite hebben hun werk aan één specifiek thema te koppelen, omdat veel projecten multidisciplinair van aard zijn en flexibiliteit vereisen. Evaluaties op projectniveau bleken effectiever om thema-specifieke impact vast te leggen, omdat belanghebbenden een cruciale rol spelen bij het bepalen van de impact. Tegelijkertijd werd een kloof geconstateerd tussen de beoogde impact en de gerealiseerde output, met name op het gebied van onderwijs en economische resultaten. Dit benadrukt het belang van persoonlijke betrokkenheid bij het vertalen van onderzoeksresultaten naar concrete impact.
Tot slot werd in een casestudy het Contribution Mapping-framework toegepast op een transdisciplinair project, GoNoord Nederland. Deze methode, die sterk leunt op coproductie met belanghebbenden, biedt een formatieve benadering om impact te evalueren. Hoewel effectief in het blootleggen van contextspecifieke details, bracht de methode ook uitdagingen met zich mee, zoals de tijdsinvestering en de noodzaak van insider-betrokkenheid. Om de methode te verbeteren, wordt voorgesteld om meer contextuele details te integreren en een iteratieve, niet-lineaire evaluatieaanpak te gebruiken.
Mijn proefschrift biedt een raamwerk voor het evalueren van de impact van praktijkgericht onderzoek. Het benadrukt de noodzaak van weloverwogen beleidsregels, coproductie en flexibele evaluatiemethodes. Door deze principes toe te passen, kunnen Nederlandse hogescholen een grotere maatschappelijke bijdrage leveren en de impact van hun onderzoek zichtbaarder maken. Het werk roept op tot meer bewustwording over de keuzes die onderzoekers en beleidsmakers maken en de gevolgen daarvan voor de toekomst van praktijkgericht onderzoek.
Sarah Coombs
Download:
Visible: Discovering the impact of research conducted by universities of applied sciences.
