Skip to main content

Impact? Welke impact?

By 12 april 2022Blog

Impact speelt een steeds grotere rol in de financiering en evaluatie van onderzoek, bijvoorbeeld in de vraag wat het onderzoek bijdraagt aan maatschappelijke uitdagingen. De impact is dan de finale lakmoestest van het onderzoek voor wat betreft de ‘meerwaarde’, als laatste stap in een keten van onderzoeksactiviteiten. De typering van deze laatste stap is echter niet altijd eenduidig. En dat is vervelend, want waar streven we dan uiteindelijk naar met impact? Over welke impact hebben we eigenlijk?

In de literatuur zijn minimaal vier soorten typeringen van impact aan te treffen (zie Tabel). Deze typeringen baseren zich op: óf een tijdsdimensie (korte termijn, middellange termijn, lange termijn); óf op bereik/schaal (projectdeelnemers, netwerk van de deelnemende partijen, iedereen of in ieder geval iedereen binnen het toepassingsdomein); óf op het object van verandering (individu, organisatie, systeem), óf op het soort ‘product’ dat wordt opgeleverd (projectdeliverables, kennistoename van deelnemers, gedragsverandering bij deelnemers). Omdat de typeringen elkaar niet uitsluiten komen ook allerlei combinaties voor zoals: impact als systeemveranderingen (objecttypering) door gedragsverandering (producttypering) in een tijdspanne van 5 à 10 jaar (tijdstypering). Dat lijkt logisch, veranderingen vragen nu eenmaal tijd is dan het argument, maar dit is niet vanzelfsprekend, de Covid-19 pandemie heeft duidelijk gemaakt dat bijvoorbeeld gedragsveranderingen ook relatief snel kunnen worden ‘doorgevoerd’. In gewone spreektaal hebben we het ook over de impact van de pandemie op de samenleving.

Tabel: verschillende typeringen van het impactbegrip

Dat de verschillende typeringen soms onbewust door elkaar worden gebruikt is goed te zien in het door NWO gepresenteerd impactmodel. Impact staat in dit model aanvankelijk voor veranderingen die “pas gerealiseerd [worden] vele jaren nádat een onderzoeksproject is afgesloten” (NWO, 2019, p. 2). Dit is een typering op basis van een tijdsaspect. Op een ander moment wordt gesteld: “Onder de uiteindelijk beoogde maatschappelijke impact verstaan we veranderingen in de maatschappij” (p. 3) Dit is een typering op basis van het object (maatschappij/systeem). Ook wordt er nog een relatie gelegd tussen het verbinden van het onderzoek met veel kennisgebruikers voor impact. Dat is een typering op basis van bereik/schaal. Het blijft onduidelijk of het noemen van deze verschillende types van impact een bewuste keuze is of een slordigheid. Een argument voor het laatste is dat het standpunt uiteindelijk is dat onderzoek moet rapporteren over output en outcomes omdat de impact vaak (ver) na het onderzoeksprogramma zal plaatsvinden (tijdstypering).

Er zijn nog andere differentiaties in het impactbegrip aan te treffen. Sivertsen & Meijer (2020) stellen een onderscheid voor tussen ‘normal’ versus ‘extraordinary’ maatschappelijke impact. ‘Normal’ impact wordt gedefinieerd “as the results of active, productive, and responsible interactions between (units of) research organizations and other organizations according to their purposes and aims in society. Within the research organizations, such interactions will often occur informally at the individual researcher or research group level, but they may also follow formalized agreements or well_ established traditions for collaboration” (p. 67). Hier klinkt het concept van productieve interacties in door. Productieve interacties gaan over contacten tussen onderzoekers en andere stakeholders waarin kennis wordt gegenereerd en gebruikt (zie SIAMPI). Sivertsen & Meijer sluiten hierbij aan maar beogen een bredere typering van de interacties, namelijk die hoeven niet uitsluitend productief te zijn maar kunnen ook ‘active’ of ‘responsible’ zijn. Dit is in lijn met kritiek van van Vliet (2021) op de typering ‘productief’ in het concept productieve interacties, waarbij hij voorstelt om over ‘waardevolle’ interacties te spreken. Daarbij gaat hij ook nog verder dan Sivertsen & Meijer door erop te wijzen dat dergelijke interacties niet alleen voorbehouden zijn aan onderzoekers onderling en in relatie tot stakeholders maar dat die ook gelden voor stakeholders onderling.

In contrast met deze ‘normal’ impact wordt ‘extraordinary’ impact geplaatst: “more rare incidences where traditional and typical or new and untypical interactions between science and society have unexpected widespread positive or negative implications for society” (p. 67). Het zijn de aansprekende voorbeelden van (individuele) wetenschappers die zorgen voor onverwachtse doorbraken en die vaak worden aangehaald hoe wetenschap bijdraagt aan de maatschappij. Dit overschaduwt het ‘handwerk’ dat dagelijks gebeurt in onderzoeken en op kleinere schaal veel effect sorteert. Een voorbeeld dat aangehaald wordt in de studie is de werkwijze van de Hartstichting. Om interacties tussen onderzoek en potentiële gebruikers van de opbrengsten van het onderzoek te bevorderen hanteert de Hartstichting twee strategieën: 1) gezamenlijke agendabepaling: zo hebben 11.000 burgers geholpen bij het prioriteren van de onderzoeksagenda, resulterend in vijf hoofdonderwerpen; 2) evaluatie van onderzoek: een eindgebruikerscommissie evalueert de onderzoeksvoorstellen op criteria zoals relevantie, participatie, activiteiten en interacties met gebruikers, parallel aan een wetenschappelijke adviesraad. Deze interacties zorgen voor een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de beoogde impact.

De consequentie van ‘normal’ impact is de focus op alledaagse interacties tussen onderzoek en praktijk, het gesprek over wat (gedeelde) belangen, verantwoordelijkheden en doelen zijn en dit goed onderling afstemmen om te komen tot veranderingen. Zo opgeschreven lijkt ‘normal’ impact verdacht veel op doorwerking, en de werkwijze in het voorbeeld van de Hartstichting is in veel praktijkgericht onderzoek al terug te vinden.

Een ander voorbeeld is de aanpak van ‘small wins’ van Katrien Termeer (2019, 2020). Deze aanpak is niet zozeer ontwikkeld vanuit een impactdiscussie maar vanuit de discussie rond (maatschappelijke) transities en hoe hierin vorderingen te maken. Small wins zijn kleine diepgaande veranderingen met tastbare resultaten voor direct betrokkenen in de vorm van een beleidsinstrument, een technologie, een verdienmodel of een ketensamenwerking. Het gaat om (radicale) veranderingen die barrières proberen te slechten, en die ook schuren. Het gaat niet om laaghangend fruit van makkelijk te scoren resultaten binnen bestaande kaders. Small wins worden gepresenteerd als krachtige bouwstenen voor een transformatie: “Door de focus op het kleine voorkomt een small win dat mensen overweldigd raken door de complexiteit van een vraagstuk waardoor ze minder vrij en precies kunnen denken zich laten verleiden tot abstracties. Bovendien helpt een focus op het kleine om uitstel te voorkomen. Omdat het toch maar klein is hoeven partijen niet te wachten op alle informatie en kunnen ze snel beginnen en kijken wat het oplevert. Het bevordert daarmee dat mensen niet te lang blijven steken in praten over maar overgaan tot handelen. Kleine stapjes zijn ook sneller uit te voeren omdat ze minder weerstand oproepen en er minder competitie voor het claimen van successen is. Small wins vormen daarmee de cruciale zaadjes voor maatschappelijke transities.” (2019, p. 5).

Om deze small wins verder omhoog te stuwen zijn er verschillende aanjaagmechanismen zoals: zichtbaar maken van het resultaat zodat mensen er energie van krijgen en geïnspireerd worden (energizing) en het ook meer mensen en middelen aantrekt (logic of attraction), verbinding zoeken van de small win met daar waar het andere elementen in het ’systeem’ raakt (verbinden), en ook verbinden met andere smalls wins zodat er massa ontstaat en de voordelen al geïnternaliseerd worden (robuustheid). Dit soort mechanismen kunnen helpen om te komen tot een verdere verspreiding van de small win (opschalen, uitrollen), het verbreden van de small win door deze toe te passen op een ander terrein of te verbinden met andere vraagstukken, en een verdieping door een verdere radicalisering van de small win.

Het is onmiskenbaar dat small wins effect sorteren, impact maken, maar zich niet zozeer kenmerken door een lange termijn en een ‘extraordinary’ karakter alswel meer kleinschalige interventies zijn die hanteerbaar en concreet zijn met aantoonbare resultaten maar tegelijkertijd wel ingrijpend zijn en verreikende consequenties kunnen hebben, zeg maar ‘extraordinary’ zijn in hun ‘smallness’.

Deze andere perspectieven op impact kunnen verbonden worden aan specifieke methoden. Sivertsen & Meijer (2020) noemen zelf al methodieken zoals SIAMPI, ASIRPA en contribution mapping, waarin de aandacht voor allerlei interacties in het onderzoeksproces centraal staan als belangrijk mechanisme voor impact. De aanpak van small wins lijkt goed in te passen in de Theory of Change methode, daarin staat een (logische) reeks van interventies centraal die concrete resultaten opleveren (outcomes) waarop gereflecteerd dient te worden in het licht van de eigen aannames over de beoogde verandering en wat de vervolgstappen zijn. Deze ‘tussentijdse’ outcomes kunnen gezien worden als small wins waarop verder voorgebouwd kan worden.

 

Harry van Vliet

(Dit is een voorpublicatie van een tekstgedeelte uit de Lectorale rede ‘De Voorbeschouwing. Over impact, valorisatie en doorwerking’, die zal worden uitgesproken op 20 september 2022 te Amsterdam.)

 

Gebruikte bronnen:

NWO. (2019). Maatschappelijke impact via kennisbenutting. Den Haag.

Sivertsen, G., & Meijer, I. (2020). Normal versus extraordinary societal impact: how to understand, evaluate, and improve research activities in their relations to society? Research Evaluation, 29(1), 66-70.

Termeer, K. (2019). Het bewerkstelligen van een transitie naar kringlooplandbouw. Wageningen University & Research.

Van Vliet, H.  (2021). Kritische reflecties: NWO-model van impact. Utrecht: Regieorgaan SIA.